26Jullie mogen geen waardeloze goden maken+ en geen beelden+ of heilige zuilen neerzetten, en jullie mogen geen gebeeldhouwde stenen+ in jullie land neerzetten om je in de richting daarvan te buigen,+ want ik ben Jehovah, jullie God.
15 “Vervloekt is de man die een gesneden beeld+ of een metalen* beeld+ maakt, iets waar Jehovah van walgt,+ het maaksel van een vakman,* en die het verbergt.” (En het hele volk moet antwoorden: “Amen!”)*