11 Koning David stuurde aan de priesters Za̱dok+ en A̱bjathar+ de boodschap: ‘Zeg tegen de oudsten van Juda:+ “Ik heb hier in mijn huis de woorden van heel Israël te horen gekregen. Waarom zouden jullie de laatsten zijn om de koning terug te halen naar zijn huis?
5 Intussen werd Ado̱nia,+ de zoon van Ha̱ggith, overmoedig. ‘Ik zal koning worden!’, zei hij. Hij liet voor zichzelf een wagen maken en zorgde voor ruiters en 50 man die voor hem uit moesten lopen.+