17 Jonathan+ en Ahima̱äz+ wachtten in En-Ro̱gel+ omdat ze zich niet zonder gevaar in de stad konden laten zien. Er ging dus een dienstmeisje naar ze toe om het te vertellen. Daarna gingen zij het aan koning David overbrengen.
42 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Jonathan,+ de zoon van de priester A̱bjathar. Toen zei Ado̱nia: ‘Kom binnen. Je bent een goed* mens, dus je moet wel goed nieuws hebben.’