-
Deuteronomium 12:30, 31Nieuwewereldvertaling van de Bijbel
-
-
30 pas dan op dat je niet in de val loopt nadat ze voor jullie zijn uitgeroeid. Vraag niet naar hun goden door te zeggen: “Hoe vereerden die volken hun goden altijd? Dan ga ik dat ook doen.”+ 31 Zo mag je Jehovah, je God, niet aanbidden, want zij doen voor hun goden alle walgelijke dingen die Jehovah haat. Ze verbranden zelfs hun zonen en dochters voor hun goden.+
-
-
2 Kronieken 36:14Nieuwewereldvertaling van de Bijbel
-
-
14 Alle hoofden van de priesters en ook het volk maakten zich schuldig aan grote ontrouw. Ze volgden alle afschuwelijke praktijken van de volken, en ze verontreinigden het huis van Jehovah,+ dat hij in Jeruzalem had geheiligd.
-