35 De priesters Za̱dok en A̱bjathar zijn daar ook. Alles wat je in het huis van de koning hoort, moet je aan Za̱dok en A̱bjathar vertellen.+ 36 Ahima̱äz,+ de zoon van Za̱dok, en Jonathan,+ de zoon van A̱bjathar, zijn daar bij hen. Via hen moet je alles aan me doorgeven wat je hoort.’